Knak, daar ging de mooiste stengel
ParadijsjeVrijwel dagelijks geniet ik van mijn bijenparadijsje. Mijn tuin is liefdevol verwilderd, zodat er mooi ‘onkruid’ groeit dat een gezoem oplevert dat het een lieve lust is. Het gras wordt weinig gemaaid en ik heb zoveel mogelijk inheemse planten staan, niet uit het tuincentrum vol gif, maar gestekt of van een biologische kweker.
Pronkstuk in mijn hofje is het vingerhoedskruid. Ik raak er zeer opgewonden van als dat bloeit en het is bijna zover. Een stuk of vier groene stengels werken er hard aan om dadelijk hun pracht en praal te laten zien. Totdat ik vanochtend wat lelietjes van dalen uitstak voor mijn dochter. Ik hoorde knak en jawel, de mooiste en grootste vingerhoedskruidstengel was afgebroken. Door mijn eigen onhandigheid, ik kon wel huilen.
Aan een kopje troostthee gezeten kijk ik eens goed naar de zoemers die nu massaal de bloesem van de dwergmispel bezoeken. Verdraaid, daar zitten meer geelpoothoornaars tussen dan bijen. Die Aziatische krengen eten onze honingbijen op. Hoe hou je ze tegen? Niet dus.
Mijn bijenparadijsje voelt ineens toch wat minder paradijselijk aan.