Na een gezellig bungalowweekend met vrienden rij ik over de snelweg naar huis. Halverwege zie ik in mijn binnenspiegel de fiets, en het hangrek waarop hij vastgebonden zit, flink heen en weer gaan. Er is geen parkeerplaats of tankstation in zicht, dus besluit ik te stoppen op de vluchtstrook. Geen aangenaam idee, maar als ik dat hele boeltje verlies, zijn de gevolgen ook niet te overzien. In gedachten zie ik de ongelukken al voor me, fiets met rek op de weg, uitwijkende en botsende auto’s.
Terwijl het verkeer gevaarlijk dichtbij langs raast, sjor ik, op de vluchtstrook, aan de spanbandjes die de fietsendrager op zijn plaats moeten houden. De onderste twee haakjes zijn losgeschoten, waardoor het hele rek als een pendule aan de klok heen en weer zeilde. Hangend aan de bovenste twee haakjes. Ik heb geen trekhaak, vandaar een rek dat aan de achterklep hangt.
De auto’s blijven akelig hard voorbij razen, op anderhalve meter afstand, en ik ga stug door. Ik merk dat ik er zelfs een beetje een kick van krijg. We doen alles al zo veilig heden ten dage, zo’n ouderwets levensgevaarlijke actie heeft wel wat.
Uiteindelijk kan deze waaghals weer instappen en verder rijden, mét een stevig vastgebonden fietsenrek. Hartstikke veilig, nu wel.
Leave A Comment