Het duurt even voor de uroloog komt. Dus houdt de verpleegkundige me bezig, terwijl ik oncharmant met de benen in de stijgbeugels lig. Dat ziet zij heel de dag, dus dat leidt haar niet af. Na een praatje over mijn woonplaats, die ze een beetje kent, komen we op het echte wereldnieuws. ‘Als je al die kapot geschoten huizen ziet, denk je wel eens wat een wonder eigenlijk dat ik gewoon vier muren en een dak om me heen heb’, mijmer ik. De verpleegkundige herkent dat. ‘Ik zou wel in de binnenstad willen wonen, maar ik doe het niet’, verklapt ze. ‘Die hoge woontorens zijn eerder doelwit dan mijn rijtjeshuis in de buitenwijk waar ik nu woon.’ We zijn allebei verbaasd dat we aan zulke dingen denken.
Als de uroloog eindelijk de behandelkamer binnenkomt, verandert zij weer in verpleegkundige en ik in patiënt. ‘Ontspannen maar, mevrouw’. Ja hoor, we doen ons best.
Leave A Comment