Een wandelingetje van twee kilometer met mijn Duitse kleinkind. Hij op zijn loopfietsje, waarmee hij veel sneller kan dan wij. Maar dat doet ie niet. Bij elke scheet staat ie stil. Een regenplas, daar moet ie even doorheen stampen. Een geparkeerde motor, prachtig! Zwaaien naar de mannen van de vuilniswagen, die enigszins verlegen terug zwaaien naar een kind van twee en een half.
Bij de Kindergarten, waar hij over een paar weken zelf naartoe gaat, hebben we een legitieme stop. Mama moet even naar binnen om wat papieren op te halen, kleinzoon en ik kijken buiten onze ogen uit. Het gebouwtje staat in een bosrijke omgeving. De speelplaats is geen betegelde omgeving, maar een groene plek met zandbodem, bomen, struiken, speeltoestellen. De kleuters die er rond lopen, hebben allemaal regenlaarzen en stevige speelbroeken aan. Hier wordt geklimd en geklauterd, laat die mooie kleertjes maar thuis. Een meisje met blonde krullen, jaar of vier, komt ons een herfstblad brengen. ‘Ein eichenblat’, zegt ze. Ik val zowat van mijn bankje van verbazing. Dat zo’n klein kind al weet dat het een blad van een eik is, dat weet mijn eigen dochter van 46 niet eens, schat ik.
Na nog vele motoren en plassen uitgebreid te hebben bewonderd, zijn we twee uur later weer thuis. Dat was een leuk ‘wandelingetje’. Gemiddelde snelheid: één kilometer per uur.
Leave A Comment